321
home,page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-321,stockholm-core-2.3.2,qodef-qi--no-touch,qi-addons-for-elementor-1.5.5,select-theme-ver-9.0,ajax_updown_fade,page_not_loaded,menu-animation-underline,,qode_grid_1300,qode_menu_,qode-mobile-logo-set,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive,elementor-default,elementor-kit-

Als er iets is uit onze kindertijd
wat we moeten zien te bewaren,
is het onbevangenheid.
Ze helpt tegen vooroordelen.
Niet tegen teleurstellingen,
maar daar hebben we humor voor.

Als er iets is uit onze kindertijd
wat we moeten zien te bewaren,
is het onbevangenheid.
Ze helpt tegen vooroordelen.
Niet tegen teleurstellingen,
maar daar hebben we humor voor.

Olieverfportret
door Piet van Boxel

Biografie

Behalve schrijver, dichter en schilder is Els de Groen een globetrotter. Ze heeft haar hele leven gereisd , wat tot uiting komt in de onderwerpen van haar boeken (fictie en non-fictie) en in de veertien vertalingen waarin haar werk is verschenen, in een oplage van 1,7 miljoen. Vooral met Oost-Europa is ze erg vertrouwd, reden waarom politici haar in 2004 overhaalden zich te kandideren voor het Europees Parlement. Ze hield het vijf jaar vol; politiek is een cynisch bedrijf.

Weer op vrije voeten, greep ze opnieuw naar de pen en pakte ook een oude hobby, het tekenen, weer op. Haar taal werd bondiger en kreeg ook de vorm van gedichten en haar tekeningen groeiden uit tot olieverfschilderijen. Zo ontstond Wakker vallen (2018), al spoedig gevolgd door een tweede dichtbundel Hebben mollen weet van zonsondergangen? (2020). Ook bij Uitgeverij In de Knipscheer verscheen Voor het volk (2016), een autobiografisch essay over 30 jaar Europese geschiedenis.

Behalve schrijver, dichter en schilder is Els de Groen een globetrotter. Ze heeft haar hele leven gereisd , wat tot uiting komt in de onderwerpen van haar boeken (fictie en non-fictie) en in de veertien vertalingen waarin haar werk is verschenen, in een oplage van 1,7 miljoen. Vooral met Oost-Europa is ze erg vertrouwd, reden waarom politici haar in 2004 overhaalden zich te kandideren voor het Europees Parlement. Ze hield het vijf jaar vol; politiek is een cynisch bedrijf.

Weer op vrije voeten, greep ze opnieuw naar de pen en pakte ook een oude hobby, het tekenen, weer op. Haar taal werd bondiger en kreeg ook de vorm van gedichten en haar tekeningen groeiden uit tot olieverfschilderijen. Zo ontstond Wakker vallen (2018), al spoedig gevolgd door een tweede dichtbundel Hebben mollen weet van zonsondergangen? (2020). Ook bij Uitgeverij In de Knipscheer verscheen Voor het volk (2016), een autobiografisch essay over 30 jaar Europese geschiedenis.

Uitreiking Jantje Beton Prijs, 1978
Het interview met deze jongens mondde uit in De kinderen van de overkant. Belfast, 1977

Els de Groen, meisjesnaam Elly Kouwenhoven, werd op 23 december 1949 in Den Haag geboren. Ze is gehuwd en heeft een dochter en een zoon. Na een studie Frans werkte ze 5 jaar als lerares in het middelbaar onderwijs. In die periode begon ze korte verhalen te schrijven en verschenen haar eerste boeken. Na lang voor kinderen en oudere jeugd te hebben geschreven, richtte ze zich steeds duidelijker tot een volwassen publiek en publiceerde romans, essayistisch proza en een tweetal dichtbundels.

Hoe wordt iemand schrijver? De Groen deed veel inspiratie op als redactrice van de Kinderkrant in het Algemeen Dagblad (1976-1979) waarvoor ze wekelijks kinderen interviewde. Voor dit werk ontving ze in 1978 uit handen van HKH Beatrix de Jantje Beton Prijs. Sommige interviews hadden actuele en zwaarbeladen thema’s, zoals het gesprek met kinderen in Belfast, Noord-Ierland, waar een burgeroorlog woedde. Na terugkeer verdiepte De Groen zich in de geschiedenis van het land en schreef ze de jeugdroman De kinderen van de overkant, haar eerste boek dat een vertaling zou krijgen. Eigenlijk werkten de interviews als een proces van maatschappelijke ontgroening dat ook voelbaar werd in haar proza. Een voorbeeld is De splijtzwam (1982) over de controverse in een provinciestad die economisch afhankelijk is van de nucleaire industrie. Om dit boek te kunnen schrijven kreeg ze privécolleges van Prof. J. Fast en stralingsdeskundige Govert Nooteboom.

Een nevenactiviteit van het schrijven werd het recenseren, waarbij De Groens uitgangspunt was dat jeugdliteratuur een volwaardige plaats in de media verdient. Jarenlang recenseerde ze voor het Algemeen Dagblad, Opzij, Hervormd Nederland en de Vlaamse BRT.

Moskou

In 1984 bracht ze in het kader van een culturele uitwisseling een eerste bezoek aan Moskou, waar ze Eduard Uspenski ontmoette, een bekende en populaire dissidente schrijver. Ze besloten samen een boek te schrijven. Ten tijde van de Koude Oorlog was dat een onmogelijke onderneming die dan ook vele jaren zou vergen. Toen Het jaar van het goede kind als feuilleton in het blad Pionier verscheen, werd het boek door reactionaire krachten als staatsvijandig bestempeld. Maar onder invloed van Gorbatsjov en diens perestrojka veranderde het klimaat. In 1989 werd het boek bekroond met de prestigieuze Arkadi Gaidar Award. De oplage van 1 miljoen exemplaren was in een mum van tijd uitverkocht. Ook werd het boek verfilmd. De Nederlandse versie verscheen bij Uitgeverij Pegasus.

Uitreiking Arkadi Gaidar Award, januari 1989, Moskou.

Tsjernobyl

Niet alleen politiek had de samenwerking bemoeilijkt. De ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl (1986) zorgde ook voor vertraging en de afzegging van een reis. De Groen benutte die pauze om met haar kennis van radioactiviteit een boekje voor volwassenen  te schrijven: Straling, mag ’t ietsje meer zijn? (Aktie Strohalm, Van Arkel), waarin stralingsbescherming, vakjargon en gevaren voor een breed publiek toegankelijk worden gemaakt. Het boekje haalde een oplage van 60.000 exemplaren. Daarnaast trad De Groen op in tal van tv- en radioprogramma’s en werkte ze op pro deo basis voor de WED (Werkgroep Energie Diskussie).

Oost-Europa na het communisme

Pas in 1987 konden zij en Uspenski hun gezamenlijke project hervatten, dat behalve hun eigen boek ook de redactie van een bundel inhield met werk van vijftien Russische en Nederlandse auteurs, onder wie Willem Wilmink en Toon Tellegen (De trein van Pavlovsk naar Oost-Voorne, uitg. Pegasus).

Aan de bijzondere samenwerking tussen De Groen en Uspenski kwam een abrupt einde in 1991: het jaar van de coup in Moskou. De Sovjet-Unie viel uit elkaar, Gorbatsjov verloor zijn functie en Jeltsin werd president van de zelfstandige republiek Rusland. Met het vertrek van Gorbatsjov stokten de pogingen het land te moderniseren. Russen wilden democratie, openheid en meer welvaart, maar kregen te maken met armoede en corruptie en een kaste van nieuwe rijken. De vriendschap met Eduard Uspenski leed na zeven jaar schipbreuk, wat De Groen inspireerde tot het schrijven van Jeans voor een matrjosjka, een jeugdroman over een land in transitie.

Hoe verging het de mensen in andere postcommunistische landen? Verliepen de privatiseringen daar ook op oneerlijke wijze? Met die vraag begon De Groen door Oost-Europa te reizen, naar Kosovo, Kroatië, Bosnië, Albanië, Macedonië, Bulgarije en later ook naar landen als Roemenië, Hongarije, Tsjechië en Slowakije. Veel reizen financierde ze met eigen reportages en interviews, die meteen een eerste research waren en  uitmonden in romans en essays als De dag van het laatste schaap, Tuig (herdrukt als Mijn buren, mijn vijanden), De bruidskogel, Thuisvlucht, Weldoeners of de liefdadigheidsmaffia, Duizend jaar onderweg en Het is nog te vroeg om elkaar aardig te vinden.

Op één na zijn al deze titels in het Albanees, Romanes en Slavische talen vertaald, wat bewijst dat ook uitgevers in Oost-Europa het oeuvre waarderen. En hoe verschillend de boeken in hun uitwerking ook zijn, ze delen de conclusie dat Oost-Europeanen na de val van de Muur geen echte democratie wachtte, maar een economische tweedeling die gepaard ging met fraude, de opkomst van extreemrechts en een groeiend nationalisme (dat in Joegoslavië tot een burgeroorlog zou leiden, waar de auteur zelf getuige van was).

Toch zal ze nooit de uitdrukking “Het wilde Oosten” bezigen. Ze beschouwt de Balkan als een concentratie van culturen en religies, waar vreemde mogendheden de betrekkelijke rust verstoorden door er -ieder voor zich- naar bondgenoten te zoeken. Het navrantst komt dat tot uiting in Tuig/Mijn buren, mijn vijanden, dat in zes talen is verschenen.

Lid Europees Parlement van 2004 tot 2009
Aanbieding van de Roma vlag in 2005 aan Parlementsvoorzitter Josep Borrell Fontelles

Naar Brussel

De armoede in Oost-Europa treft vooral minderheden. De werkeloosheid onder Roma en Sinti bedraagt 80 tot 100%. Maar zij, zondebokken, zijn het die de schuld krijgen van het economisch echec. Als onderzoeksjournalist verzamelt De Groen bewijzen en schrijft ze het Europees Parlement hoe Brusselse fondsen verdwijnen in de zakken van ambtenaren en frauderende ngo’s. Dat leidt tot de uitnodiging het zelf te komen oplossen door zich te kandideren! Ze wordt lid van Europa Transparant, de partij van Paul van Buitenen, en een jaar later MEP, Member of European Parliament. Van 2004 tot 2009 zal ze zich bezighouden met bestrijding van fraude en de mensonterende armoede in Oost-Europese landen. Daarbij ligt het accent op het lot van Roma en Sinti, 12 miljoen in de hele EU waarvan het merendeel in Oost-Europa.

Van Buitenen en De Groen sluiten zich aan bij de fractie van de Europese Groenen. Een conflict over de rol van religie maakt dat hun wegen zich scheiden, waarna ze binnen de Groenen maar los van elkaar verder werken.

Een beknopte opsomming van parlementaire activiteiten:

Het terugdraaien van een toegezegde Europese subsidie aan Bulgarije van 729 miljoen Euro. De premier van Bulgarije, zoon van de oude tsaar Boris III, had zonder aanbesteding de aanleg van een autobaan gegund aan een consortium van drie Portugese aannemers. Zelf was hij mogelijk financieel betrokken via een Spaanse onderaannemer. Samen met collega parlementariër Eric Meijer brengt ze dit aan het licht.

Het helpen openen van de archieven van de voormalige geheime dienst in Bulgarije. In veel postcommunistische landen verzekert oud partijkader zich via geld en functies van blijvende macht en invloed, wat de democratie frustreert. Daarom is het belangrijk ieders antecedenten te kennen. In 2006 was Bulgarije het enige land dat zijn geheime archieven nog niet had vrijgegeven. Reden voor De Groen een conferentie te organiseren in Sofia, de Bulgaarse hoofdstad, met medewerking van experts uit Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Roemenië, Polen en Hongarije: landen die hun archieven al wél hadden geopend en bereid waren hun ervaring met gastland Bulgarije te delen. Eén van de sprekers was Joachim Gauck, onderzoeker van de Stasi-archieven en de latere president van Duitsland. Ondanks een felle hetze in de Bulgaarse pers (geleid door een ex-agent) werd deze conferentie de opmaat naar het vrijgeven van de archieven van de Darzavna Sigoernost.

Het voortdurend stelling nemen tegen extreemrechtse partijen zoals ATAKA, die neo-nazistische ideeën uitdraagt maar wiens satellietzender wordt bekostigd door oud partijkader. Die steun laat zich verklaren uit het feit dat extreemrechts een bliksemafleider voor links is. Door onvrede van de bevolking af te wentelen op zondebokken houdt het machthebbers uit de wind. Intussen wordt de groei van extreme partijen pijnlijk zichtbaar in Brussel. Er is sprake van een verbruining van het Europees Parlement, die doorklinkt in vragen en voorstellen in plenaire vergaderingen. Veel fracties generen zich. De Groen reageert o.a. met de verspreiding van een volwassen sprookje, een prentenboek met cartoons van Len Munnik, dat de methoden van rechts doorlicht en in het hele parlement wordt verspreid: Dictator’s Manual. Even is ze weer schrijver…

Het voorkomen van misbruik van EU fondsen. Veel fondsen zijn bestemd voor bewoners van getto’s, waar dringend behoefte is aan huizen, riolering en scholen om de vicieuze cirkel armoede-werkloosheid te doorbreken. Omdat De Groen drie assistenten heeft met Oost-Europese wortels en een gedegen talenkennis, hebben ze gevieren een directe verbinding met mensen in het veld en daardoor meer inzicht in lopende fraudezaken. Ook werken ze samen met Transparency International.

Het initiëren van een ontwerpresolutie tegen gebruik van DU wapens. Hoewel nucleaire wapens niet tot haar portefeuille behoren, komt het onderwerp op haar weg via nieuws uit Irak, waar tonnen DU zijn verschoten. Ook landen in de Balkan blijken radioactief vervuild. Veruit de meeste DU wapens bestaan uit antitankraketten, waarvan de koppen worden gevuld met depleted uranium (DU), radioactief afval dat ontstaat bij verrijking van uranium-238 voor civiele kerncentrales. DU is zeven keer zwaarder dan lood waardoor het zware tanks als een pakje boter doorboort, maar de hele omgeving voor miljarden jaren besmet. In alle landen waar DU is gebruikt (Irak, Afghanistan, Syrië, de Balkan) zijn de gevolgen voor de bevolking desastreus. Veel mensen krijgen kanker en de sterfte onder kinderen is groot. In samenwerking met de ICBUW (International Coalition to Ban Uranium Weapons) en collega MEPs organiseert De Groen in 2007 een fototentoonstelling annex conferentie in het parlement. Er zijn sprekers uit heel de wereld: Japan, de VS, UK en het zwaar besmette Irak. In 2008 wordt de ontwerpresolutie over een ban op DU wapens door 94% van de EU-parlementariërs gesteund, waarna de Europese Commissie belooft zich in de zaak te verdiepen maar haar beleid toch niet wijzigt. Buiten de EU, waar de tekst druk wordt verspreid, heeft de resolutie merkwaardig genoeg meer impact.

Na het mandaat

In 2009 wordt De Groen weer ambteloos burger en publiceert ze een dagboek over vijf jaar Brussel: Een moeras vol krokodillen (uitg. Papieren Tijger). Politiek is een cynisch en niet al te eerlijk bedrijf. Liever wijdt De Groen zich weer aan de kunst: in 2010 richt ze een stichting op: World Artists Initiative “Khetanes”, waar zich 1100 kunstenaars en ook wetenschappers uit alle continenten bij aansluiten. Khetanes komt uit het Sanskriet en Romani en betekent allen tezamen. De stichting beheert een interactieve website met een schat aan foto’s en films. Doel is gelijkberechtiging van Roma- en Sinti (wereldwijd 25 miljoen mensen) en promotie van hun cultuur en muziek, dans, beeldende kunst, literatuur. Hoewel Brusselse topambtenaren het initiatief verwelkomen, lijkt het onmogelijk subsidie te ontvangen voor geplande activiteiten.

Rob de Wijk neemt het eerste exemplaar van Voor het volk in ontvangst.
En eindelijk is er tijd om te schilderen.
De illustraties in Wakker vallen maakte De Groen zelf.

Nuttige idioten en poëzie

Het wordt tijd voor contemplatie. In het essay Nuttige idioten (herdrukt als Voor het volk), In de Knipscheer, 2015/16 waagt De Groen zich aan een analyse van 30 jaar Europese geschiedenis, van Uspenski en Perestrojka tot en met MH17 en Merkels “Wir schaffen das”. Behalve over de Oost-West relatie, de verdwenen en herrezen uren, schrijft De Groen over het failliet van de grote ideologieën en over de kansloze prediking van een terugkeer naar en verheerlijking van het verleden. Opnieuw zijn Joden, Roma en Sinti de zondebokken, maar ze krijgen gezelschap van stromen vluchtelingen. Elke rechtse partij agendeert immigratie als probleem en een grens als oplossing.

Het is ook in deze periode dat Els de Groen haar gedichten gaat ordenen, bijschaven en bundelen. Kort na elkaar verschijnen Wakker vallen en Hebben mollen weet van zonsondergangen? (uitg. In de knipscheer, 2018/2020).